Moet improviseren altijd leuk zijn?

Toen de theatersport (improvisatietheater) in Nederland geïntroduceerd werd, was ik een groot fan van deze nieuwe vorm van theater maken. Ik ben destijds ook een Theatersportgroep gestart, omdat ik het improviseren zo leuk vond om te doen. 

Na een aantal jaren werd mijn enthousiasme alsmaar minder. Het ad rem zijn, het “snelle” spelen en de energie en het enthousiasme die ik voelde in het begin, namen af.

Improviseren als kunstje

Toen ik daarna tijdens mijn opleiding aan de Toneelacademie in Maastricht (regie) steeds meer workshops ging geven en volgen, leerde ik steeds meer waarom dat wat ik eerst zo leuk vond me tegen begon te staan.

Ik merkte namelijk dat het toch ‘een kunstje’ werd. De humor en lol die improviseren oplevert als je er net mee begint, leken een soort oppervlakkig te worden, juist omdat het niet verder kwam dan dat kunstje.

Het gevolg was dat ik de wereld van het improviseren een tijd lang ver van mijn eigen spelen en regisseren heb gehouden. Tot ik via verschillende wegen merkte dat er in improvisatieland ook een trend naar verdieping te zien is.

Een mooi voorbeeld van is het Terugspeeltheater van Theatergroep Draad. Maar ook op televisie bij “De Vloer Op” kun je zien dat spelers meer “de diepte” in kunnen en durven gaan.

Sinds ik weer met improviseren begon en ook weer workshops erin ben gaan geven, laat ik het “snelle spel” meer achterwege. Het komt natuurlijk nog wel voor, maar niet meer als het belangrijkste onderdeel van een workshop.

Vertragen om je spel te verdiepen

Je zou kunnen zeggen dat ik veel werk met “het denken van de speler”. En dat is juist het deel dat je op de vloer moet loslaten tijdens het improviseren. Een lastige tegenstelling dus…

Logisch dus dat spelers soms daar in eerste instantie wat over gefrustreerd kunnen raken. Die willen vooral leren om snel een scene te maken en om grappig te zijn.

Dat kan natuurlijk, maar dat plezier is altijd maar van korte duur, het beklijft niet. Vaak blijken de leuke scènes meer een toevalstreffer dan het gevolg van een bewuste actie op de spelvloer.

Ik nodig mijn spelers veel meer uit om te vertragen, om meer tijd te nemen voor de oefeningen en ook om meer naar elkaar te kijken. Ik heb gemerkt dat vertragen en reflecteren op dat wat je ziet (en doet) een verdieping in je spel geeft, die dat dat de scènes ten goede kan komen.

Nieuwsgierigheid naar jezelf en de ander

Om meer te snappen wat je doet en “hoe het nou eigenlijk precies werkt in zo’n scene” is er (gelukkig maar) vooral nieuwsgierigheid nodig. Nieuwsgierigheid naar wat je zelf (nog) kunt ontwikkelen maar zeker ook nieuwsgierigheid naar het spel van de ander.

Voor goeie improvisatiespelers maak ik nog steeds een diepe buiging hoor, want improviseren is echt een kunst die veel flexibiliteit, concentratie en samenspel van een speler vraagt :-)

2 gedachten over “Moet improviseren altijd leuk zijn?”

  1. Leuk stuk. Ik ben theatrrdocent en impro is nog steeds een grote passie van mij. Theatersport niet meer. Zelfs veel theatersporters die beginnen met longform of de vloer op vinden weet trucs om een bepaald effect te krijgen en telatieve veiligheid. Aan de andere kant… precies wat Johndtone ook zei. De dubbelheid zit ‘m er volgens mij vaak in dat je wel ambitieus moet zijn, maar niet moet willen presteren of dat je wel een goeie voorstelling wil en er niet op uit moet zijn om je publiek te vermaken. Het werk is belangrijker dan je ego. Wat dat netreft geniet ik ook vaker van buitenlandse groepen, die minder verbaal gericht zijn, dan wij in Nederland.

  2. hi Frank,
    helemaal mee eens!
    Het is ook zo leuk om te improviseren als je bijvoorbeeld maar weinig of geen woorden mag gebruiken, en je toch met z’n tweeën een verhaal wil maken.
    Ons impro-theatergroepje Klets! (nee, nog geen facebook-pagina . . ) geniet daarvan, en dan zie je spelers groeien. Het mooie (en soms moeilijke) blijft voor mij nog steeds samen iets opbouwen.

    hartelijke groet
    Ernst

Reacties zijn gesloten.